Op de tast naar Nederland
Tsgab Birhane Hagos (27) vluchtte uit Eritrea en liet kind en vriend achter. Ze begon haar tocht te voet richting Sudan en ging per auto de Sahara woestijn door. Tijdens haar reis kwam ze in contact met andere vluchtelingen die haar hielpen, want ze was op dat moment nagenoeg blind.

‘Ik weet niet goed meer wanneer ik in Italië was en wanneer ik in Nederland aankwam. Ik ging ergens met de boot. Het leek allemaal op elkaar en de hele reis was zo verwarrend.’ Dankzij de groep vluchtende mensen die haar opnam, is ze richting Nederland gekomen, waar ze medische hulp kreeg. ‘Ik kreeg een bril toen ik in het AZC was en ik werd geopereerd hier in het ziekenhuis.’

‘Ik ben blij dat ik er nog ben.


In Eritrea werkte Tsgab als serveerster in een café: ‘ik schonk koffie en thee en ik woonde bij mijn vader. Mijn moeder overleed toen ik nog jong was.’ Om wat geld te verdienen voor haar vijf zussen en vier broers, werkte Tsgab hard, want zowel haar vader als moeder had na hun scheiding, een tweede huwelijk. ‘Daarom waren er zoveel kinderen om voor te zorgen.’

Samen met haar ex-vriend kreeg ze een zoontje. ‘Ik probeer mijn kind naar Nederland te halen, want hij is nog steeds daar. Hij woont bij de ouders van mijn ex en ik mis hem vreselijk.’ Ook denkt ze aan de toekomst van het vijfjarige jongetje: ‘ik zou hem graag veilig laten studeren in Nederland.’

Ze woonden samen in een klein dorpje tussen Senafe en Adi-Keyh. Het ligt volgens Googlemaps midden in woestijnachtig, droog gebied en bestaat uit slechts een paar kleine gebouwtjes. Hemelsbreed meer dan 5000km bij ons vandaan. Als ze met de auto zou gaan, zou ze zelfs het dubbele aantal kilometers moeten overbruggen om bij haar zoontje te komen, als ze het al zou overleven.


Afgelopen week kwam er nieuws uit haar thuisland: haar vader is overleden. ‘Hij is zeventig geworden. Ik heb nu dus geen ouders meer.’
Voor de foto doet ze haar haren los en het doek af waarmee ze het hoofd bedekt. ‘Dit is traditie voor mij, wanneer er iemand overlijdt, maar het mag even af.’

Naast haar werk in het café volgde ze een kappersopleiding, waar ze een diploma haalde: ‘Mijn droom is in Nederland een eigen kapperszaak te beginnen.’

Maar de taal is een groot probleem. Onze communicatie verloopt via een oudere Eritrese dame die inmiddels 30 jaar in Nederland woont, maar de barrière is haarfijn voelbaar.

Tsgab haar blik is indringend, alsof ze soms met haar ogen wil spreken. ‘Maar ik heb taalles, elke dinsdag en donderdag. Ik vind schrijven makkelijker dan praten. Maar ik ben blij in Nederland te zijn.’
Tammi, onze tolk, voegt daar nog aan toe: ‘veel vluchtelingen kampen met trauma en depressie en hebben het hoofd te vol. Ze hebben zoveel meegemaakt. Het leren van een nieuwe, moeilijke taal vraagt dan extra veel van hen.’

Velen gingen Tsgab voor in een poging het land te ontvluchten en overleefden hun pogingen niet. ‘Ik ben blij dat ik er nog ben, er zijn zoveel dood.’

Eritrea wordt vergeleken met Noord-Korea; het dictatuur is absoluut. Degene die afvallig zijn worden vermoord en het land zomaar verlaten kan niet. Een reden om te vluchten is bijvoorbeeld het ontlopen van de dienstplicht, of alleen al familielid zijn van een deserteur. Ook kunnen inwoners het land niet verlaten, omdat ze geen papieren krijgen van de autoriteiten.